Faculteit Bètawetenschappen


Betrokken partijen

Constructie adviseur:

Pieters Bouwtechniek

Opdrachtgever:

Universiteit Utrecht

Architect:

Architectuurstudio Herman Hertzberger

Installatie adviseur:

Deerns Rijswijk

Bouwmanagement:

Brinkgroep Eindhoven

Hoofdaannemer:

Hurks van der Linden

Projectdata

Start ontwerp - Oplevering:

2007 - 2010

Omvang:

19000 m2 BVO

Locatie:

Utrecht

De Universiteit van Utrecht laat voor haar faculteit Bèta wetenschappen een nieuw gebouw realiseren. De nieuwbouw vervangt onder anderen het F.A.F.C. Wentgebouw, ook bekend als ‘de Ponskaart’ op de Uithof. De nieuwbouw komt op een markante plaats op het universiteitsterrein, op de hoek van de Leuvenlaan en de Universiteitsweg. In een architectenselectie is Architectuurstudio HH uitgekozen om het gebouw te ontwerpen en verder uit te werken.

Het gebouw dat onderwijsruimtes, laboratoria en flexibele werkruimtes bevat, heeft de vorm van een hoefijzer dat een centrale hal omsluit. De centrale hal is overkapt zodat een vijf verdiepingen hoog atrium ontstaat. In de centrale hal is als los element een ontmoetingsgebouw ontworpen, waarin de centrale voorzieningen zijn gedacht.

De kantoor- en laboratoriumzones in het gebouw hebben een traditionele constructieve opbouw. De vleugels bestaan uit een kolommenraster 7,20m bij 7,20m met een vlakke plaatvloer. De kolommen zijn ten opzichte van de gevels naar binnen gezet waardoor een relatief slanke constructieve vloer mogelijk is. De vlakke vloer is gekozen om een grote flexibiliteit te garanderen.

Aan de entreekant van het gebouw is er vanuit het bouwkundig ontwerp voor gekozen om een zone van 30 bij 60 meter zo veel mogelijk kolomvrij te houden. Deze zone wordt gedragen door twee betonnen kernen die binnen de omtrek van het gebouw staan. De constructie van de vijf boven de entree liggende verdiepingen kraagt dan ook naar twee kanten uit over de begane grond.

In het entreegebied loopt over de breedte van het kolomvrije gebied het plafond langzaam omhoog. Aan één kant van de kern kan daarom een verdiepingshoge, brede betonwand gemaakt worden die als balk werkt. Door een hoge betonkwaliteit toe te passen kunnen hiermee de vijf bovenliggende verdiepingen gedragen worden.

Aan de andere kant van de kern is een hoogte van maar 2m beschikbaar. Vier van de vijf vloeren worden hier opgehangen aan een verdiepingshoog vakwerk op de bovenste verdieping. Dit is de technische laag waar de diagonalen van het vakwerk minder storend zijn.

De gevel aan de Universiteitsweg is uitgevoerd als een twee verdiepingen hoog stalen vakwerk. De gevelconstructie is met uitkragende stalen spanten teruggekoppeld naar de kernen. De uitkragende spanten zijn met trekstangen van voorspanstaal aan de kernen bevestigd. De trekstangen zijn door de kernwanden heen naar de achterzijde van de kern getrokken om daar het evenwicht te kunnen maken met het gewicht van de 4m hoge betonbalk. Om de doorbuigingen van de uitkragingen te beperken zijn de staven op voorspanning gebracht.